wetenswaardigheden-over-produkten-in-onze-beddenspeciaalzaak
Assortiment Wetenswaardigheden beddengoed

Wetenswaardigheden beddengoed

Weefsels en wetenswaardigheden beddengoed: wat er allemaal belangrijk is…..

Om doek te kunnen weven zijn er 4 dingen van belang, welke uiteraard afhangen van het uiteindelijke gebruiksdoel van het doek:
1. Welke vezels/garens worden er o.a. toegepast?
2. Welke binding komt er in beddengoed regelmatig voor?
3. Welke dikte moeten de garens hebben en wat betekent dat?
4. Hoeveel draden komen voor in ketting en inslag van een doek?

Een aantal vezels worden hieronder uitéén gezet, waarbij de ontwikkelingen op dit gebied razendsnel gaan, ongetwijfeld zult u dan ook soms – ook in onze beddenspeciaalzaak- met vezeltype’s in aanraking komen die (nog) niet op deze pagina omschreven zijn.


Katoen

Eigenschappen:

• Neemt goed vocht op
• Laat zich goed verven en bedrukken
• Slijtvast
• Goedkoop
• Kreukt
• Krimpt
• Houd warmte niet goed vast
• Neemt snel vuil op (maar wel goed te wassen)
• Nat is katoen sterker dan droog
• Makkelijk te scheuren en moeilijk te knippen
• Brandbaar

Linnen

Eigenschappen:

• Neemt makkelijk en snel vocht op
• Geleidt warmte goed en voelt koel aan
• Kostbaar
• Niet elastisch
• Kreukt
• Neemt sneller vocht op dan katoen
• Sterker in droge toestand dan in natte
• Moeilijk te scheuren en makkelijk te knippen
• Stugger dan katoen

Zijde

Eigenschappen:

• Hoog vochtopnemend vermogen
• Weinig kroezing en schubben
• Zeer elastisch en bijna kreukvrij
• Nat minder sterk dan droog
• Fijne vezel en mooie glans
• Voelt koel aan
• Duur

Polyamide/polyester

Eigenschappen:

• Sterk
• Kreukherstellend
• Goed bestand tegen zonlicht
• Slecht vochtopnemend vermogen
• Goed te mengen met andere vezels
• Weinig tot geen krimp
• Goedkoop

Tencel®

Eigenschappen:

  • Uitzonderlijke vochtopname
  • Anti allergisch en antibacterieel
  • Bijzonder sterk
  • Optimale ventilatie
  • Zijdezacht en luxueus
  • Temperatuur regulerend
  • 100% Puur natuur

meer informatie over deze vezel


Platbinding

Deze binding wordt het meest gebruikt voor bedtextiel.
De ketting- en inslagdraden worden om – en – om gekruist.
Kettingdraad gaat eerst boven op de inslagdraad, bij de
volgende inslagdraad eronder, etc.

Platbinding in vezels

Keperbinding

Manier voor het kruisen van draden waarbij iedere horizontale kettingdraad
steeds onder twee verticale inslagdraden loopt en daarna boven één inslagdraad. De inslagdraden liggen hierdoor steeds boven twee kettingdraden en daarna onder één kettingdraad. Deze binding maakt doek steviger is ook bekend als 2/1 keper. De 3/1 keper bestaat ook met dus drie bovenliggende inslagdraden. Varianten zijn: dubbel keper en visgraat keper.

Keperbinding

Satijnbinding

Is eigenlijk een zogenaamde 4/1 keper. Door satijn-weven is het mogelijk de garens zeer dicht op elkaar te weven. Het doek wordt dus lekker soepel. Door de vele “losliggende” draden slijt het veel sneller dan bijvoorbeeld een platbinding. Satijn is een weeftechniek en zegt niets over de kwaliteit van het doek. 100% katoen, 50% katoen/50% polyester en zelfs 100% polyester etc. kunnen dus satijn worden genoemd als het maar satijn geweven is. Hoeslakens of dekbedhoezen met een satijnbinding voelen ten opzichte van de andere materialen relatief koel aan. Graag willen we hierbij benadrukken dat er een groot verschil in kenmerken zit tussen katoen-satijn en polyester satijn. Polyester is namelijk een synthetisch materiaal die in satijnbinding glibberig wordt en vaak plakkerig aanvoelt. De katoenvezel is 100% “natuurlijk” en voelt zacht aan in plaats van glibberig, wordt niet plakkerig en draagt juist bij aan de regulatie van transpiratievocht.

Satijnbinding, deze draagt bij tot souplesse van het beddengoed

Jacquard- en damastbinding

Deze bindingen combineren vaak satijn- en andere bindingen waardoor je ook figuren en tekeningen kunt maken. Ook wordt hier vaker gebruik gemaakt van verschillende kleuren en/of kwaliteiten in ketting en/of inslag, waardoor er mooie effecten ontstaan. (servetten, theedoeken en overtrekken)

Deze jacquardbinding zorgt voor een comfortabel beddengoed voorzien van mooie dessins

Verschillende constructies van doek zijn afhankelijk van de garendikte’s:

De constructie van een doek is de combinatie van garennummer en het aantal draden in ketting en inslag. Een garennummer is de dikte van een garen en wordt aangegeven in een cijfer. Dit garennummer geeft aan hoeveel yard (Engelse lengtemaat) er gaan in een Engels pond (gewicht) Dus hoe hoger het garennummer hoe dunner de draad. Een 20 ger garen is dus 2 keer zo dik als een 40 ger garen. Verder is natuurlijk belangrijk hoeveel garens er in de ketting (lengterichting) en in de inslag (breedterichting) van het doek gaan. Een doek 60×60 20/20 wil dus zeggen dat er 60 draden in de ketting en 60 draden in de inslag zitten en dat beide draden 20 ger garens zijn.

20-ger garen

• Deze garens worden vaak gebruikt in een 60×60 20/20 doek.
Deze binding wordt het meest gebruikt voor bedtextiel.

Perkaline 30-ger garen

• Perkaline is een kreet die eigenlijk niet bestaat, maar die door sommige
fabrikanten wordt gebruikt. Wordt uit 30-er garens geweven. Door de
fijne garens kan men meer garens verwerken per Engelse inch. De
meest voorkomende constructie is 76×68 30/30. Voordeel is een
zachter weefsel maar ook iets dunner dan 60×60 20/20.

Perkal 40-ger garen

• Perkal is minstens geweven uit 40 ger garens. (nog fijner dan perkaline),
van gekamd katoen, constructies als 100×80 40/40, 110×90 40/40 of
100×100 40/40 zijn gebruikelijk. Heerlijk zacht en soepel.

Satijn 40-ger garen, 50-ger garen, 60-ger garen en 80-ger garen

• Minstens uit 40-garens geweven, van gekamd katoen, maar ook
combinaties tussen verschillende garennummers is heel gebruikelijk.
127×79 40/40 of 173×124 60/40 (is voorbeeld van gemengde
garennummers) 200×183 80/80 ook mogelijk enz.

De count van een doek:

Het aantal draden (ketting en inslag) wordt als count aangeduid zoals bijvoorbeeld: 180 count, 200 count, 300 count, 400 count etc.

Aantal count is de optelsom van aantal draden in de ketting en aantal draden in de inslag per Engelse inch. Voorbeeld: Satijn 173×124 60/40 = (afgerond) 300 count satijn, satijn 200 x 200 80/80 = 400 count en perkal 110×90 40/40 = 200 count perkal.

Hoe hoger het aantal count hoe mooier en duurder het doek. In heel hoge garennummers kun je satijn maken tot wel 1000 count.


Tenslotte nog een aantal vaak gebruikte termen:

Double Face

Boven als onderkant is qua uiterlijk verschillend zodat het dekbedovertrek aan beide zijden gebruikt kan worden.

Flanel

Weefsel dat aan een of beide kanten geruwd is. Deze katoen is licht geruwd waardoor het zeer zacht en van alle materialen het warmst aanvoelt. Het is licht elastisch en wordt vooral
gebruik in de winter of door personen die het snel koud hebben of kouwelijk zijn.

Jacquard

Weefsel waarin dessins ingeweven zijn.

Molton

Weefsel van katoen waarbij de minuscule vezeltjes iets buiten het doek
zijn gehaald waardoor het een wolachtig karakter krijgt.

Kammen

Het evenwijdig neerleggen van vezels gecombineerd met ontdoen van
de korte vezels en onzuiverheden van het weefsel.(= gekamde katoen)

Zengen

Uitstekende vezel-einden van het weefsel afschroeien om het doek een kaler en gladder uiterlijk te geven. Hierdoor wordt pilling tegengegaan.

Ruwen

Vezeltjes die uit draden omhoog getrokken worden waardoor een
haardek ontstaat.

Kalanderen

Het zo glad en glanzend mogelijk maken van het weefsel door middel
van het geleiden van het weefsel onder twee zware walsen.

Sanforiseren

Voorkrimpen van stof door middel van het bevochtigen met stoom.

Merceriseren

De platte vezel zwelt op en wordt korter, sterker en steviger waardoor
er een glans gegeven wordt die bestand is tegen wassen.

Jersey

Verzamelnaam voor diverse breiseltypen.

Garen-geverfd

Hierbij worden de garens geverfd voordat zij geweven en/of
gebreid worden.


VanDyck-bed-en-badtextiel
Formesse-beddengoed-hoeslakens-molton
Christian-Fischbacher-beddengoed
Gant-beddengoed-en-badtextiel
Schlossberg-beddengoed
wij-zijn-onderdeel-van-de-beddenspecialist-formule